Skip to content.

Riaumont.net

Sections
Personal tools
You are here: Home » Holy Cross » Spiritualité » Textes » 99 ideetjes voor de Goede Daad

99 ideetjes voor de Goede Daad

Document Actions
om zowel thuis als op kamp uit te proberen



"De eerste plicht van de scout"
is de Goede Daad, een speelse opdracht
waarbij de moeilijkheid er vooral in ligt
 om hem vooral niet te vergeten...!

Om "elke dag iemand blij te maken" (de welpenwet) ontbreekt het ons soms aan ideetjes, maar het komt er vooral op aan om een wakkere geest te hebben en deze gave van waarnemen, die Baden Powell zo eigen en dierbaar was, aan te scherpen.
De nederige Goede Daad, moet vooral niet worden verwaarloosd, het is een machtige wapen om de deugd van de naastenliefde aan te wakkeren. Deze 99 ideetjes om 'goed te doen' zijn niet allemaal even makkelijk dagelijks uit te voeren, maar ben je er wel zeker van dat je , sinds vanochtend, één van deze vele mogelijkheden- hieronder beschreven- echt hebt benut?

"Wat zijn de mogelijkheden van de Goede Daad?"
" Het kan een dankbaar werkinstrument zijn om ons Scout Zijn optimaal te beleven"
En de werkruimte waarin we ijverig deze opdracht kunnen realiseren, is het leven als scout waarbij we onze belofte steeds ter harte nemen".
(naar Hoofdstuk IV van de wet van St. Benoît)

 

 

 

99 ideetjes voor de Goede Daad op kamp:

 

99 ideetjes voor de Goede Daad thuis :

 

 

 

 

 

 

1.

Iemand die jonger is dan jij, helpen met het dragen van een jerrycan water.

 

Even tijd uittrekken om stof af te doen op een vergeten meubelstuk.

 

2.

Iemand met de glimlach verder helpen, die (nog maar eens) om een gunst komt vragen.

 

Iemand met de glimlach verder helpen, die (nog maar eens) om een gunst komt vragen.

 

3.

Twee personen verzoenen met elkaar na een ruzie.

 

Twee personen verzoenen met elkaar na een ruzie.

 

4.

Discreet de voorruit van de wagen wassen van iemand van de leiding of organisatie.

 

Zonder dat iemand er om vraagt, de voorruit van een wagen wassen.

 

5.

Een kruisbeeld of een kapel met bloemen versieren.

 

Een standbeeld of kruisbeeld versieren met bloemen.

 

6.

Iemand die moeilijk te benen helpen om het kamp te bezoeken.

 

Een gehandicapte in zijn stoelen helpen bij het nemen van trappen.

 

7.

Voorstellen om te helpen met de vaat, ook ben jij niet aan de beurt.

 

De vaat doen, ook al is dat geen verplichting (pannen, potten).

 

8.

Nagaan of er nog papier of bladjes voorradig zijn in het toilet.

 

Nakijken (en ook vervangen indien nodig) of er WC papier voorradig is.

 

9.

Het werkgerief (of de gamel) die je geleend hebt, in de best mogelijke staat teruggeven.

 

Iets dat je geleend hebt van iemand, in de best mogelijke staat teruggeven.

 

10.

De slaapzakken en andere zakken op orde leggen in de tent.

 

De vogelkooi kuisen (of van de hamster...)

 

11.

Een kleine verrassing voorbereiden, ter gelegenheid van een verjaardag (of een geboorte, of een feest).

 

Een surprise voor een verjaardag, huwelijk of doopsel in elkaar steken.

 

12.

Een vriend ervan overtuigen om aan zijn leider een verboden voorwerp, dat hij toch op kamp neenam, af te geven..

 

Een sigaret doven de een vriend je aanbiedt!

 

13.

De koffer en de binnenruimte van een wagen reinigen na gebruik.

 

Kruimels & stof verwijderen in de wagen.

 

14.

Vertragen tijdens een wandeltocht om iemand op te wachten die vermoeid is.

 

Stoppen met de wagen (of de fiets) om een voetganger te laten oversteken.

 

15.

De tijd nemen om een papiertje dat slingert op de grond of in een struik, op te rapen.

 

Even de moeite doen om een papiertje dat op de grond ligt, op te rapen en in de vuilnisbak te gooien.

 

16.

Al lachend de mensen bedanken die ons hun gastvrijheid weigeren.

 

De chauffeur van een autobus vriendelijk toelachen of bedanken na een rit.

 

17.

Zijn drinkfles laten rondgaan en daarbij het risico lopen dat ze helemaal leeg is.

 

Zijn drinkfles of blikje laten rondgaan, en de kans lopen zelf niets meer te hebben.

 

18.

De 'doofstomme uithangen' tegen iemand die na het avondgebed toch begint te praten.

 

De bevoegde autoriteiten op de hoogte brengen van een drugspoor.

 

19.

Een lied zingen in het dorp om iemand op leeftijd een plezier te doen.

 

Zieken opzoeken, of personen op leeftijd die weinig bezoek ontvangen.

 

20.

Een flinke vetvlek in een grote gamel of kookpot uitwassen.

 

Een plekje in huis dat vaak wordt verwaarloosd, even proper maken.

 

21.

De omheining van een veld of een hek dat openstaat, weer dicht doen.

 

In de winter een deur sluiten die openstaat, waardoor de warmte binnnenblijft.

 

22.

Een put graven om er de resten van het vuur in te begraven.

 

Obscene opmerkingen of schuttingtaal verwijderen van een (toilet)muur.

 

23.

Uit de haren van een hond de distels of puntige takjes verwijderen.

 

De vogels voederen in de winter.

 

24.

Zijn zaken uitlenen, mét de glimlach.

 

Zijn zaken uitlenen, mét de glimlach.

 

25.

Zonder veel vertoon de tent op zijn rugzak nemen tijdens de wandeltocht.

 

De deurmat waar iedereen zijn voeten aan afveegt bij het binnenkomen, proper maken en buiten uitkloppen.

 

26.

Een vuilniszak afsluiten voor hij uitpuilt en hem vervangen.

 

Oud papier sorteren of glas naar de container brengen.

 

27.

Iemand helpen voor hij er zélf om vraagt.

 

De tafel dekken, zonder dat iemand het in de gaten krijgt.

 

28.

Voorstellen om de wacht te houden (indien nodig) als de anderen weggaan.

 

Voorstellen om op de kleine kinderen te letten (gratis) tijdens een namiddag.

 

29.

Een slak (of een egel) van de weg halen, voor hij zou worden verpletterd.

 

Een slak (of een egel of ander diertje) van de weg halen, om te voorkomen dat hij wordt overreden.

 

30.

Ook de kwaliteiten van iemand in de verf zetten, nadat hij werd bekritiseerd.

 

Ook de kwaliteiten van iemand in de verf zetten, nadat hij werd bekritiseerd.

 

31.

Een scheve tentharing rechttrekken.

 

Spinnenwebben wegnemen aan de muur of in een hoek.

 

32.

Naar iemand in de familie een briefje schrijven, die zelden of nooit post ontvangt.

 

Schrijven naar iemand in de familie die eenzaam is en nooit post ontvangt.

 

33.

Er aan denken om iemand te bedanken die de vaat heeft gedaan.

 

Iemand bedanken die in een publieke plaats voor het onderhoud zorgt. 

 

34.

Gaan bidden op het kerkhof of aan het gedenkteken van de doden.

 

Een graf met een bloemetje versieren en bidden voor de overledene, ook al ken je hem niet.

 

35.

Houtkrullen op rapen.

 

De achtergebleven kruimels op tafel verzamelen en opkuisen.

 

36.

Iemand aanmoedigen om een goede daad te volbrengen.

 

Iemand aanmoedigen om een goede daad te volbrengen.

 

37.

Spullen die van de wasdraad gevallen zijn, oprapen en er weer aan hangen.

 

Gevallen kledingstukken terug aan de kapstok hangen.

 

38.

Een gezamenlijke wasplaats uitkuisen.

 

Gezamenlijke wasplaatsen opkuisen.

 

39.

Precies dat wat je zélf lekker vindt in je picknickzak, met andere delen.

 

Iemand een pleziertje doen die jou niet helemaal ligt.

 

40.

Iemand anders laten voorgaan, als je de rij maakt.

 

De plaats laten aan iemand die in de rij aanschuift achter jou.

 

41.

Overvolle vuilniszakken naar de organisatie brengen.

 

De lege vuilnisbakken die op straat staan 's morgens weer binnenzetten.

 

42.

Het vuur aanmaken voor iedereen opstaat.

 

Een ontbijtje klaarmaken voor iedereen uit bed komt.

 

43.

Besparen in explo, om aan een arme te geven, die je bij toeval tegenkomt.

 

Besparen op het één & het ander en dan het uitgespaarde geld aan een arme geven, die je toevallig ontmoet.

 

44.

Een zakdoek of een papiertje oprapen dat op grond rondslingert.

 

Een zakdoek of een papiertje oprapen dat op grond rondslingert.

 

45.

Zijn tijd nemen om de knopen te ontwarren in een opgerold touw.

 

De tijd nemen om een gloeilamp, die door z'n hoogte of ligging moeilijk te bereiken is, toch te vervangen.

 

46.

Iemand die op is van de zenuwen of stress, kalmeren.

 

Iemand die gestresseerd is, op zijn gemak stellen.

 

47.

Een stuk toiletpapier begraven of een stuk touw dat blijft liggen.

 

Uitwerpselen van een hond keurig oprapen, zodat niemand anders daar in trapt.

 

48.

Iemand een kledingstuk lenen (een regenjas of een wintertrui) als die dat vergat mee te nemen op kamp.

 

Na een maaltijd zijn bord en achtergebleven kruimels opruimen.

 

49.

Een gerecht, dat je graag lust, toch grotendeels aan de anderen gunnen.

 

Dingen hergebruiken die door andere al te snel worden weggeworpen.

 

50.

Een lied aanheffen, als je merkt dat iedereen vermoeid geraakt.

 

Een lied beginnen zingen, tijdens een fysieke zware opdracht.

 

51.

Een wagenspoor of een modderspoor uitwissen waar iedereen langskomt.

 

Meehelpen om een boodschappenwagentje over de trappen of een borduur te zetten.

 

52.

Vroeg opstaan om de tafel te dekken, ook al ben je 'niet van dienst'.

 

Vroeg opstaan om de tafel te dekken, ook al ben je 'niet van dienst'.

 

53.

Brood (water of zout) gaan halen (zoeken) om ervoor te zorgen dat niemand iets te kort komt.

 

Iets gaan zoeken dat ontbreekt (op tafel bv.) vooraleer anderen het opmerken.

 

54.

Helpen om een koffer te dragen of een grote zak met materiaal.

 

In de kelder een zak aardappelen gaan halen (of een gasfles).

 

55.

Zich over iemand ontfermen die het even niet ziet zitten.

 

Iemand die zichtbaar vermoeid is, blij maken met een vriendelijk woord of gesprek.

 

56.

De tent herstellen als die slijtage vertoont.

 

Een boek uit de bibliotheek, dat er erg aan toe is, opnieuw kaften.

 

57.

Met de glimlach iemand beantwoorden die jou heeft beschuldigd of beledigd.

 

Zijn voorrang met de glimlach afstaan als je achter het stuur zit.

 

58.

Zware spullen uit een rugzak overnemen van iemand die het moeilijk heeft op trektocht.

 

De bagage van iemand in de trein dragen, die daar moeite mee heeft.

 

59.

Beletten dat er vals gespeeld wordt tijdens een spel.

 

Beletten dat er op het werk wordt gesjoemeld.

 

60.

De mensen vriendelijk begroeten als je door een dorp trekt.

 

Iemand achter een loket van openbare plaats vriendelijk begroeten.

 

61.

Het onderzeil van de tent proper maken.

 

Als eerste een spons of dweil gaan zoeken als iemand water heeft gemorst.

 

62.

Een vriend aansporen om de weg naar het Sacrament terug te vindens.

 

Een vriend aansporen om de weg naar het Sacrament terug te vinden.

 

63.

Iemand een stuk fruit aanbieden onderweg, tijdens de tocht.

 

Iemand een stuk fruit aanbieden, die langs de weg loopt (bv. tijdens de zomervakantie).

 

64.

Zich als vrijwilliger melden voor een klus die niemand anders wil doen.

 

Zich aanmelden als vrijwilliger als niemand het wil doen.

 

65.

Een stukje aluminiumfolie in het gras oprapen.

 

Een stukje aluminiumfolie in het gras oprapen.

 

66.

Alle spullen bij elkaar verzamelen als er kans op een regenbui.

 

Bellen naar de betrokken diensten om te signaleren dat er op de rijweg een gevaarlijk voorwerp ligt.

 

67.

Sinaasappelschillen bij elkaar rapen, die op de grond bleven slingeren.

 

Een gevallen stapel in een winkel terug in het rek plaatsen.

 

68.

Bidden voor mensen die hun beklag maakten over scouts die wat te luidruchtig het dorp doortrokken.

 

Bidden voor iemand die je die dag kwaad berokkende.

 

69.

In alle discretie na het douchen terugkeren om de lavabo's en toiletten op te kuisen.
Ook die van de anderen.

 

Een gezamenlijke plaats op orde zetten (zonder dat iemand het in de gaten heeft).

 

70.


Een plaats aanbieden op zijn regenponcho of jas om op te gaan zitten.

 

Op de tram of bus zijn zitplaats afstaan aan iemand die er meer behoefte aan heeft.

 

71.

Een kaartje schrijven naar zijn broers & zussen vanop het kamp.

 

Een kaartje onder de deur schuiven van de buren bij een feest (bv. moederdag). 

 

72.

Materiaal dat zich opstapelt in koffers of zakken, op orde leggen.

 

Spullen opruimen die ergens in een hoek rondslingeren.

 

73.

Stukjes touw die rondslingeren in de natuur oprapen & wegsmijten.

 

Een lifter langs de weg, tot op de plaats van zijn bestemming brengen.

 

74.

Jouw snoep of lekkernij delen met anderen, zonder te zeggen dat ze van jou komt.

 

Snoep of iets lekkers delen, zonder erbij te verdelen dat het van jou komt.

 

75.

Gevaarlijke stukken glas bij elkaar verzamelen en weggooien.

 

Rondslingerende stukken glas oprapen, die gevaarlijk kunnen zijn.

 

76.

Bij twijfel over de te nemen route aan een kruispunt, voorstellen om de weg te gaan verkennen.

 

Voorstellen om iemand te gidsen tot bij zijn bestemming, als hij de weg kwijt is.

 

77.

Zorg dragen voor materiaal en werktuigen die door iedereen worden gebruikt.

 

Uiterste zorg dragen voor dingen die door iedereen worden gebruikt.

 

78.

Iemand van zijn zakgeld een kaars geven om aan te steken in de kerk of kapel.

 

Een kind in de kerk helpen bij het plaatsen van een kaars.

 

79.

Zonder veel vertoon een bloemen aan een kruisbeeld of het altaar op het kampterrein
leggen.

 

Stiekem een bloemetje op tafel plaatsen thuis bij moeder.

 

80.


Klimop verwijderen of knippen die een boom verstrengelt.

 

Klimop verwijderen die een boom versmacht.

 

81.

De moeite doen om een slecht afgesloten kraan te sluiten.

 

Een kraan afsluiten die altijd blijft lekken.

 

82.

Iemand die door omstandigheden te laat gaat komen op de bijeenkomst/formatie,

even helpen

 

Een kaartje voor tram of bus aanbieden aan iemand die gehaast is (en geen tijd heeft om er een te halen).

 

83.

Schoenen van iemand opblinken zonder dat hij het in de gaten heeft.

 

Schoenen van iemand opblinken, zonder dat hij het zelf merkt.

 

84.

Van zijn vrije tijd opofferen aan iemand, terwijl je zin hebt om wat anders te doen.

 

Toch zijn tijd nemen voor de dingen, al ben je gehaast.

 

85.

Zijn vieruurtje delen met een ander, die niet écht een vriend is.

 

Je vieruurtje delen met een kameraad, waar je niet vaak mee optrekt.

 

86.

Een geleende jerrycan weer volledig vullen vooraleer ze terug te geven aan de eigenaar.

 

Een geleende wagen terugbezorgen aan de eigenaar, met volle tank.

 

87.

Iets dat je gekocht hebt met je zakgeld, delen met een ander.

 

Een fooi geven - zomaar - aan een straatveger of iemand die een klus opknapt.

 

88.

Een boomstronk of een afgebroken tak snoeien.

 

Een plant watergeven en zijn bladeren afkuisen.

 

89.

De zang- & gebedenboekjes na de eucharistieviering verzamelen. 

 

De zangboekjes die zijn blijven liggen in een kerk, verzamelen en op orde leggen.

 

90.

De rugzak van iemand die nogal slordig is, in orde brengen.

 

In alle stilte het bed opmaken, van iemand die verzuimde dat te doen.

 

91.

Als iemand zonder zit: één van zijn batterijen of veters geven, ook al heb je er zelf dan geen

meer in reserve.

 

Terugkeren om het licht uit te doen in een plaats waar niemand meer is.

 

92.

Tussenbeide komen om een kind te beschermen.

 

Tussenbeide komen om de meest zwakke te beschermen.

 

93.

Een ruzie of discussie die dreigt uit de hand te lopen, weet op het juiste spoor te zetten.

 

Een ruzie of discussie die dreigt uit de hand te lopen, bijsturen in de juiste richting.

 

94.

De vaathanddoeken wassen en laten drogen.

 

De keukendweil uitspoelen.

 

95.

De wagen van de organisatie meehelpen uitladen na het boodschappen doen.

 

Helpen om de wagen mee uit te laden na het boodschappen doen.

 

96.

Een vriend betrekken bij het spel, als hij wat ongelukkig (omdat hij bv. geen post kreeg op kamp).

 

Een vriend - die vaak wordt buitengesloten - uitnodigen om mee te komen spelen.

 

97.

Zijn witte handschoenen uitlenen voor een plechtigheid.

 

De voederbak van de hond (of kat) uitkuisen. 

 

98.

Voorstellen om het kenteken van iemand terug te naaien.

 

Een gescheurd kledingstuk terug opknappen.

 

99.

Iets doen ten dienste van iemand met wie men kort daarvoor in de clinch ging.

 

Een mis laten opdragen voor de verwaarloosde zielen van het vagevuur.

 

 

 

en nu is aan het jou om zelf Goede Daden te bedenken...

Created by prv
Contributors : Michel
Copyright, village scout de Riaumont
Last modified 30-08- 2005-12:51 PM
13 décembre 2008 à 14h00
Saint NICOLAS 2008

au village de Riaumont